Amsterdamse Hengelsport Vereniging

Statuten en Huishoudelijk Reglement

STATUTEN

van de
Amsterdamse Hengelsport Vereniging
 
 
 
 
NAAM, ZETEL EN DUUR.
Artikel 1 De vereniging draagt de naam: Amsterdamse Hengelsport Vereniging en is gevestigd te Amsterdam.
Zij wordt in deze statuten genoemd: `de vereniging`. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd. Als historische oprichtingsdatum wordt twintig mei negentienhonderd zes aangehouden.
 
DOEL
Artikel 2 Het doel van de vereniging is:
a. het bevorderen van de sportvisserij als sportieve recreatie;
b. het beschermen en zonodig verbeteren van de visstand;
c. het behartigen van de belangen van de sportvisserij in de ruimste zin van het woord, alsmede die van de bij de vereniging aangesloten leden in het bijzonder.
 
MIDDELEN
Artikel 3 De vereniging tracht dit doel, zowel zelfstandig, als in samenwerking met andere belangenorganisaties op het terrein van de sportvisserij, te bereiken door:
a. het ten behoeve van haar leden kopen, huren of op andere wijze met of zonder lasten verkrijgen van visrecht, looprecht, viswater, terreinen, opstallen en middelen die de beoefening van de sportvisserij kunnen bevorderen;
b. te streven naar wettelijke regelingen en overheidsmaatregelen, waarbij de belangen van de sportvisserij worden gewaarborgd;
c. het bevorderen, in stand houden of verbeteren van een milieu, dat aan het beoefenen van de sportvisserij zoveel mogelijk kansen biedt;
d. het bevorderen van maatregelen tegen watervervuiling en het zonodig voeren van acties op dit gebied;
e. het goed beheren van de visstapel en het viswater, het uitzetten van vissoorten die voor de sportvisserij van belang zijn en het uitvoeren van regulerende bevissingen;
f. het bevorderen van het gebruik van ethisch verantwoorde vangmiddelen en een verantwoord omgaan met gevangen vissen;
g. alle andere wettige middelen, die het gestelde doel kunnen bevorderen.
 
LEDEN
Artikel 4 De vereniging kent:
a. senior-leden;
b. junior-leden;
c. adspirantvergunninghouders;
d. ereleden;
e. begunstigers.
Artikel 5 1. Seniorleden zijn dames- en herenleden vanaf achttien jaar, en zij die in het jaar van toetreden deze leeftijd bereiken.
2. Junior-leden zijn jongeren in de leeftijd van vijftien tot en met zeventien jaar, en zij die in het jaar van toetreden de vijftienjarige leeftijd bereiken.
3. Adspirant-vergunninghouders zijn jeugdigen in de leeftijd tot en met veertien jaar. Zij hebben geen kies/stemrecht.
4. Ereleden zijn natuurlijke personen die vanwege hun verdiensten voor de vereniging en of voor de sportvisserij op voordracht van het bestuur, door de ledenraad, als bedoeld in artikel 11 van deze statuten, tot erelid worden benoemd. Zij hebben het recht alle ledenvergaderingen bij te wonen. Ereleden hebben alle uit artikel 8 voortvloeiende rechten en verplichtingen met uitzondering van financiële verplichtingen.
5. Begunstigers zijn personen of lichamen/organisaties die zich tegenover de vereniging hebben verbonden tot een vrijwillige minimum bijdrage in geld of goederen, als vastgesteld door de ledenraad, zonder daarvoor een tegenprestatie te verlangen.
Begunstigers kunnen met toestemming van het bestuur de ledenvergaderingen bijwonen. Zij hebben geen kiesrecht/stemrecht.
6.Waar in deze statuten wordt gesproken van `lid` of `leden`, worden daaronder senior-, junior- en ereleden verstaan, tenzij het tegendeel blijkt.
 
LIDMAATSCHAP
Artikel 6 1. Lid van de vereniging kunnen worden alle natuurlijke personen, die de leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt, of zullen bereiken in het jaar waarin zij toetreden. Hij die als lid wenst toe te treden, meldt zich daartoe schriftelijk bij het bestuur, zulks volgens regelen te stellen in het huishoudelijk reglement.
2. Hij die toetreding als lid wenst, wordt geacht in te stemmen met de statuten, het huishoudelijk reglement en de overige reglementen van de vereniging.
3. Het bestuur beslist over de toelating van leden. Bij niet-toelating deelt het bestuur dit besluit, voorzien van de reden, schriftelijk mede aan de om toelating verzoekende. Deze kan van een zodanig afwijzend besluit binnen veertien dagen schriftelijk in beroep gaan bij de ledenraad. De ledenraad kan alsnog tot toelating besluiten.
4. Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet overdraagbaar, noch vatbaar om door erfopvolging te worden verkregen.
 
VERGUNNINGHOUDERS-BEGUNSTIGERS
Artikel 7  1. Personen die als vergunninghouder als bedoeld in artikel 5 lid 3 of als begunstiger als bedoeld in artikel 5 lid 5 van deze statuten, wensen toe te treden, melden zich daartoe schriftelijk bij het bestuur, zulks volgens regelen te stellen in het huishoudelijk reglement.
2. Hij die toetreding als vergunninghouder respectievelijk begunstiger wenst, wordt geacht in te stemmen met de statuten, het huishoudelijk reglement en de overige reglementen van de vereniging.
3. Het bestuur beslist over de toelating van vergunninghouders respectievelijk begunstigers. Bij niet toelating deelt het bestuur dit besluit, voorzien van de reden, schriftelijk aan de betrokkene mede. Deze kan van een zodanig afwijzend besluit binnen veertien dagen schriftelijk in beroep gaan bij de ledenraad. De ledenraad kan alsnog tot toelating besluiten.
 
RECHTEN/PLICHTEN
Artikel 8 1. Het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap geeft een lid, alsmede een vergunninghouder, het recht (de vergunning) om te vissen in de door de vereniging geëxploiteerde viswateren, met inachtneming van de in de uit te reiken schriftelijke vergunning opgenomen bepalingen en voorwaarden.
2. Het bestuur kan deze visrechten beperken dan wel geheel intrekken.
3. Een lid of een vergunninghouder heeft het recht deel te nemen aan de algemene vergadering, gebruik te maken van faciliteiten die aan het lidmaatschap/vergunninghouderschap zijn verbonden, en deel te nemen aan door of namens de vereniging georganiseerde viswedstrijden.
4. Een lid heeft het recht kandidaten te stellen voor de ledenraad, als bedoeld in artikel 11 van deze statuten, of zelf gekozen te worden in deze ledenraad, danwel in commissies waarin de algemene vergadering leden benoemt, volgens in het huishoudelijk reglement te stellen regelen.
5. Het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap verplicht een lid casu quo vergunninghouder tot:
a. het naleven van de statuten, reglementen en verenigingsbepalingen, alsmede van de door ledenraad of bestuur genomen besluiten;
b. het uitoefenen van de sportvisserij op een sportieve en ethische wijze en alles na te laten dat op enigerlei wijze het belang van de sportvisserij en/of de vereniging kan schaden;
c. het op eerste aanvrage overhandigen van het bewijs van lidmaatschap en de door de vereniging verstrekte vergunning(en), alsmede de desbetreffende door de overheid publiekrechtelijke documenten, aan leden van het bestuur de directeur en de daartoe door het bestuur bevoegd verklaarde personen; alsmede aan wettelijk bevoegde personen en/of instanties;
d. betaling van de contributie, casu quo overige bijdragen, op een tijdstip en een wijze volgens regelen te stellen in het huishoudelijk reglement.
 
SCHORSING
Artikel 9 Van leden of vergunninghouders, die op grond van artikel 10 respectievelijk 23 van deze statuten worden geschorst, worden alle rechten opgeschort tot aan het moment dat de schorsing wordt beëindigd.
Zij dienen het bewijs van lidmaatschap en/of de vergunning(en) op de in artikel 10 omschreven wijze in te leveren, Zij blijven contributieplichtig tenzij het lidmaatschap door het lid of vergunninghouderschap door de vergunninghouder wordt beëindigd volgens de in deze statuten voorgeschreven wijze.
 
BEËINDIGING LIDMAATSCHAP/VERGUNNINGHOUDERSCHAP
Artikel 1 0 1.Het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap eindigt door:
a. overlijden van het lid casu quo de vergunninghouder;
b. schriftelijke opzegging door het lid casu quo de vergunninghouder;
c. schriftelijke opzegging namens de vereniging;
d. ontzetting.
2.Een adspirant vergunninghouder wordt automatisch junior-lid per één januari van het verenigingsjaar, waarin hij de vijftienjarige leeftijd bereikt.
3.Een junior-lid wordt automatisch senior-lid per één januari van het verenigingsjaar, waarin hij de achttienjarige leeftijd bereikt.
4. Opzegging van het lidmaatschap/vergunninghouderschap door een lid casu quo vergunninghouder kan slechts schriftelijk geschieden per één januari van enig verenigingsjaar. De opzegging moet uiterlijk één oktober voor het jaar van opzegging in het bezit van het bestuur zijn. Indien een opzegging niet schriftelijk, noch tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar en blijft het lid casu quo de vergunninghouder voor dat jaar contributieplichtig.
5.De opzegtermijn, als bedoelt in het voorgaande lid van dit artikel, ondergaat geen wijziging ingeval van een besluit door de ledenraad tot verhoging van de contributie en/of overige bijdragen.
6.Opzegging van het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap namens de vereniging, geschiedt door het bestuur schriftelijk, met vermelding van reden. De opzegging geschiedt per de eerste dag van een verenigingsjaar, met een opzegtermijn van ten minste vier weken, wanneer een lid, casu quo vergunninghouder niet aan zijn geldelijke verplichtingen jegens de vereniging voldoet, alsmede wanneer te eniger tijd niet meer voldaan wordt aan de vereisten welke door de statuten voor het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap gesteld worden.
De opzegging door het bestuur kan onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap tot gevolg hebben, wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap te laten voortduren.
7. Ontzefting uit het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap van de vereniging kan uitsluitend worden uitgesproken wanneer een lid casu quo vergunninghouder handelt in strijd met deze statuten, reglementen of besluiten van de vereniging of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt, of de belangen van de sportvisserij ernstig schaadt. Een besluit tot ontzetting wordt op voorstel van het bestuur door de ledenraad genomen. Het bestuur stelt het betrokken lid casu quo de betrokken vergunninghouder onmiddellijk bij aangetekend schrijven van het besluit, met opgave van redenen, in kennis.
8. Wanneer het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap in de loop van enig verenigingsjaar, ongeacht de reden of oorzaak, eindigt, blijven niettemin de contributie en andere door de ledenraad vastgestelde bijdragen voor dat jaar in zijn geheel verschuldigd, casu quo bestaat geen recht op restitutie.
9. Het lid casu quo de vergunninghouder, aan wie het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap voor bepaalde tijd is ontzegd, of die daaruit is ontzet, is verplicht vanaf het moment dat de straf is ingegaan het bewijs van lidmaatschap en de vergunning (en) binnen de door het bestuur te stellen termijn tegen ontvangstbewijs in te leveren, zonder recht op schadevergoeding te kunnen doen gelden.
Overtreding van deze bepaling wordt bij bestuursbesluit bestraft met een extra ontzegging van het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap voor de tijd van ten minste twee jaar. Geldig bewijs van lidmaatschap en vergunning(en), ingeleverd op grond van het bepaalde in dit artikel, worden aan de betrokkene, tegen gemaakte kosten, teruggestuurd na het verstrijken van de straftijd.
10. Op het moment dat het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap eindigt, verliest het lid casu quo de vergunninghouder alle rechten die daaraan zijn verbonden.
11. Een lid casu quo vergunninghouder aan wie het lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap is opgezegd namens de vereniging of die daaruit is ontzet, kan eerst opnieuw worden toegelaten indien hij alle uit het eerdere lidmaatschap casu quo vergunninghouderschap voortvloeiende verplichtingen volledig heeft voldaan. Over een zodanige toelating beslist de ledenraad van de vereniging.
 
LEDENRAAD
Artikel 11 1. De ledenraad is, behoudens het bepaalde in de artikelen 14 lid 1 en 30 en 31 van deze statuten, de algemene vergadering in de zin van de wet. Hij verricht zijn werkzaamheden onder leiding van de voorzitter van het bestuur van de vereniging.
2. De ledenraad bestaat uit ten minste drieëndertig en ten hoogste zestig leden.
3. Indien het aantal ledenraadsleden daalt onder de drieëndertig leden worden de bevoegdheden van de ledenraad tot de eerstkomende algemene vergadering buiten werking gesteld en worden de krachtens de statuten en reglementen verleende bevoegdheden door de algemene vergadering waargenomen.
4. De leden van de ledenraad worden gekozen door de algemene vergadering, uit de senior-leden, voor een periode van twee jaar. Zij zijn terstond herkiesbaar.
5. Kandidaten voor de ledenraad kunnen worden gesteld door:
a. leden, mits de kandidaatstelling door ten minste vijf leden wordt gesteund;
b. bestuur en/of ledenraad.
6.Het bestuur maakt uit de voorgestelde kandidaten een stemadvies op aan de algemene vergadering. Daarbij dient de meerderheid van de voorgedragen kandidaten voort te komen uit de door de leden voorgedragen kandidaten.
7.Het bestuur stelt de leden in kennis van de samenstelling van de ledenraad via het orgaan van de vereniging.
8. De ledenraad kan op voorstel van het bestuur ineen tussentijdse vacature voorzien. De zittingsperiode van een zodanig gekozen lid eindigt gelijktijdig met die van de overige leden van de ledenraad.
9. Leden van de ledenraad kunnen door de ledenraad worden geschorst onder verantwoording aan de algemene vergadering. Een zodanig voorstel dient bij het bestuur schriftelijk te worden ingediend en ondertekend te zijn door ten minste drie leden van de ledenraad.
10. Een voorstel tot schorsing moet met redenen omkleed ten minste veertien dagen voor de behandeling ervan, in het bezit van de leden van de ledenraad zijn.
11. Geschorste leden verliezen het recht tot het bijwonen van vergaderingen van de ledenraad en van commissies waarin zij eventueel als lid van de ledenraad werden gekozen.
12. Een schorsing kan niet langer duren dan drie maanden. Binnen deze periode moet een vergadering van de ledenraad een voorstel tot ontzetting behandelen.
13. De ledenraad kan besluiten de schorsing op te heffen, dan wel overgaan tot ontzetting uit de functie.


 
BESTUUR
Artikel 12 1.Het bestuur wordt gevormd door natuurlijke personen en wordt door de ledenraad gekozen uit de meerderjarige leden van de ledenraad.
2. Het bestuur bestaat uit:
a. een voorzitter;
b. een secretaris;
c. een penningmeester
die tezamen het dagelijks bestuurvormen en in functie worden gekozen;
d. een door de ledenraad vast te stellen even aantal commissarissen met een minimum van twee en een maximum van tien. De werkzaamheden van de bestuursleden worden vastgesteld volgens regelen te stellen in het huishoudelijk reglement.
3. De leden van de ledenraad zijn bevoegd tot uiterlijk zeven dagen voor de verkiezing van het bestuur, daartoe schriftelijk kandidaten bij het bestuur in te dienen. Ook het bestuur kan kandidaten stellen en is zulks verplicht, indien er geen of onvoldoende kandidaten door de ledenraad zijn gesteld. De wijze van kandidaatstelling geschiedt volgens regelen te stellen in het huishoudelijk reglement.
4. Het bestuur heeft zitting voor een periode van twee jaar en treedt daarna in zijn geheel af. De bestuursleden zijn terstond herkiesbaar.
5. Het bestuur leidt de vereniging onder verantwoording aan de ledenraad. De vereniging wordt  vertegenwoordigd door het bestuur of door 2 gezamenlijk handelende leden van het dagelijks bestuur.
6. Het bestuur stelt de leden in kennis van de samenstelling van het bestuur, via het orgaan van de vereniging.
7. De ledenraad kan in een tussentijdse vacature in het bestuur voorzien door een nieuw bestuurslid te kiezen. De zittingstermijn van een aldus nieuw gekozen bestuurslid eindigt op de datum die zou hebben gegolden voor het tussentijds afgetreden bestuurslid. In geval van een vacature in het bestuur, vormen de overige bestuursleden een bevoegd college.
8. Leden van het bestuur kunnen door de ledenraad uit hun functie worden ontzet. Een schriftelijk gemotiveerd voorstel hiertoe kan gedaan worden door ten minste drie leden van de ledenraad en is aangenomen wanneer tweederde meerderheid van de aanwezige leden van de ledenraad hiermee instemt.
9. Een voorstel tot ontzetting van een lid van het bestuur dient ten minste veertien dagen voor de vergadering van de ledenraad in het bezit van de ledenraad te zijn.
10. In bijzondere gevallen kan tijdens een zitting van de ledenraad een voorstel tot schorsing van een bestuurslid worden gedaan. Een dergelijk voorstel behoeft de instemming van tweederde meerderheid van het aantal aanwezige leden van de ledenraad.
11. Indien een bestuurslid in zijn functie door de ledenraad is geschorst, dient binnen dertig dagen een voorstel tot ontzetting uit het bestuur of tot opheffing van de schorsing aan de ledenraad te worden gedaan en binnen zestig dagen na de indiening van het voorstel door de ledenraad te zijn behandeld.
12. Geschorste of uit hun functie ontzette bestuursleden verliezen het recht deel te nemen aan vergaderingen van het bestuur casu quo de commissies waarin zij eventueel als bestuurslid zijn gekozen.
13. Het bestuur is na verkregen toestemming van de ledenraad bevoegd geldleningen of overeenkomsten aan te gaan tot kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, dan wel overeenkomsten te sluiten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
 
VERENIGINGSJAAR
Artikel 13 Het verenigingsjaar, tevens boekjaar, van de vereniging valt samen met het kalenderjaar.
 
VERGADERINGEN
Artikel 14 1. Ten minste eenmaal in de twee jaar wordt een algemene vergadering gehouden, voor de verkiezing van de ledenraad als bedoeld in artikel 11, de leden van de kascontrolecommissie en vier leden en vier plaatsvervangende leden van de commissie van beroep als bedoeld in artikel 21, alsmede voor het nemen van besluiten als bedoeld in artikelen 30 en 31 van deze statuten.
2. De algemene vergadering is toegankelijk voor leden, vergunninghouders of begunstigers. met uitzondering van leden of vergunninghouders die zijn geschorst,
3. Uitsluitend leden hebben in de algemene vergadering stemrecht en hebben daar ieder een (1) stem.
4. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van ten minste vier weken. In bijzondere gevallen kan laatstbedoelde termijn worden verkort tot veertien dagen. De bijeenroeping geschiedt schriftelijk via een publicatie in het verenigingsorgaan, een en ander volgens regelen vast te stellen in het huishoudelijk reglement.
5. Behalve de in lid 1 van dit artikel bedoelde algemene vergaderingen, kunnen algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur, gehoord de ledenraad, die nodig oordeelt, alsmede zo dikwijls zulks schriftelijk met opgave van de te behandelen onderwerpen wordt verzocht door ten minste een zodanig aantal leden dat eenhonderdste van de stemgerechtigde leden vertegenwoordigt.
6. Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het voorgaande lid, is het bestuur verplicht een dergelijke algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken bijeen te roepen. Indien aan een verzoek tot bijeenroeping binnen vier weken nadat dit door het bestuur werd ontvangen, niet is voldaan, zullen
verzoekers zelf tot bijeenroeping kunnen overgaan op de wijze waarop het bestuur een algemene vergadering bijeenroept.
Artikel 15 1. De ledenraad vergadert ten minste tweemaal per jaar.
Jaarlijks,  uiterlijk in mei, wordt een vergadering van de Ledenraad gehouden waarin in ieder geval aan de orde komen:
a. verslag over het afgelopen verenigingsjaar;
b. behandeling en vaststelling van de jaarstukken, jaarverslag, balans en staat van baten/lasten van het afgelopen verenigingsjaar;
c. behandeling van het verslag van de accountant en de kascontrolecommissie;
d. behandeling en vaststelling van de begroting voor het lopende verenigingsjaar;
e. eenmaal in de twee jaren de verkiezing van het bestuur;
f. benoeming van leden van commissies.
2. Goedkeuring door de ledenraad van het jaarverslag en de rekening en verantwoording, strekt het bestuur tot decharge.
3. Uitsluitend leden van de ledenraad die niet zijn geschorst, hebben toegang tot de ledenraadsvergadering en hebben daar ieder een (1) stem.
4. De ledenraad wordt bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van vier weken. In bijzondere gevallen kan laatstbedoelde termijn worden verkort tot veertien dagen. De bijeenroeping geschiedt schriftelijk door een aan alle leden van de ledenraad te zenden mededeling, een en ander volgens regelen te stellen in het huishoudelijk reglement.
5. Behalve de in lid 1 van dit artikel bedoelde vergaderingen van de ledenraad kan de ledenraad worden bijeengeroepen zo dikwijls het bestuur dit nodig oordeelt, alsmede zo dikwijls ten minste door eenvijfde deel van de ledenraad dit schriftelijk, met opgave van de te behandelen onderwerpen, wordt verzocht.
6. Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het voorgaande lid, is het bestuur verplicht een dergelijke vergadering van de ledenraad op een termijn van niet langer dan vier weken bijeen te roepen. Indien aan een verzoek tot bijeenroeping binnen veertien dagen nadat dit door het bestuur werd ontvangen niet is voldaan, zullen verzoekers zelf tot bijeenroeping kunnen overgaan op de wijze waarop het bestuur een ledenraad bijeenroept.
Artikel 16 1.Het bestuur vergadert zo dikwijls als het dit voor een goede gang van zaken nodig oordeelt, maar ten minste twaalf maal per jaar.
2. Uitsluitend bestuursleden die niet zijn geschorst hebben toegang tot de bestuursvergadering en hebben daar ieder een stem.
3. Het bestuur wordt door of namens de secretaris bijeengeroepen. Oproeping geschiedt schriftelijk, tenzij in spoedeisende gevallen mondelinge oproeping is gewenst.
4. Het bestuur vergadert tevens binnen een termijn van tien dagen nadat daarom, met opgave van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk door ten minste drie bestuursleden is verzocht.
5. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als het dit wenselijk acht.
Artikel 17 De voorzitter van de vereniging, of een door hem aan te wijzen bestuurslid, heeft te allen tijde toegang tot alle vergaderingen of bijeenkomsten van de vereniging onder welke titel ook, behalve tot de vergadering van de commissie die benoemd is om een onderzoek naar zijn beleid te doen.


 
BESLUITVORMING/STEMMEN
Artikel 18 1. ledere volgens de daartoe geldende regels uitgeschreven vergadering van ledenraad, bestuur en commissies, met uitzondering van de commissie ter behandeling van overtredingen en de commissie van beroep, is binnen het raam van de gegeven bevoegdheden gerechtigd besluiten te nemen bij een aanwezigheid van meer dan de helft van het aantal gekozen stemgerechtigde leden, tenzij in de statuten of het huishoudelijk reglement anders is bepaald. De commissie ter behandeling van de overtredingen en de commissie van beroep, dient voltallig aanwezig te zijn voor het nemen van rechtsgeldige besluiten.
2. Indien in een vergadering niet de helft van de gekozen stemgerechtigde leden aanwezig is, kunnen binnen een termijn van ten hoogste zes weken na deze vergadering over dezelfde agenda van deze vergadering besluiten worden genomen in een vergadering waarin de voor een besluit vereiste stemmenmeerderheid wordt vastgesteld naar het aantal aanwezigen.
3. In spoedeisende gevallen kunnen beslissingen van het bestuur worden genomen door het dagelijks bestuur, voor zover geen onherroepelijke wettelijke verbintenissen worden aangegaan. In de eerstvolgende bestuursvergadering dient van dat besluit door de voorzitter mededeling te worden gedaan en zonodig in stemming te worden gebracht.
4.Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel dat een besluit is genomen, is beslissend. Indien echter onmiddellijk na het uitspreken van een zodanig oordeel de juistheid daarvan wordt betwist, vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige hierom vraagt.
Artikel 19 1. De besluitvorming in het bestuur, in de ledenraad, in commissies en in de algemene vergadering geschiedt met meerderheid van stemmen, tenzij in deze statuten anders is vermeld.
2. In de regel wordt over zaken mondeling en over personen schriftelijk met gesloten ongetekende briefjes gestemd.
3. Het stemmen bij volmacht is niet toegestaan.
4. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen.
5. Blanco stemmen en stemmen van onwaarde tellen niet mee.
6. Met algemene instemming van de vergadering kan over personen ook mondeling worden gestemd.
7. Aan schriftelijke stemming gaat de benoeming van een stembureau van drie leden vooraf.
Artikel 20 1.Voor de verkiezing van personen wordt bij eerste stemming de gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Is bij deze stemming de gewone meerderheid niet verkregen dan wordt een tweede stemming gehouden. Wordt bij deze stemming geen gewone meerderheid behaald, dan is degene (zijn diegenen) met het grootste aantal stemmen gekozen.
2. Komen tengevolge van een gelijk aantal stemmen meerdere personen in aanmerking om gekozen te zijn dan vindt tussen dezen herstemming plaats. Bij herstemming is degene met de meeste stemmen gekozen. Blijft het aantal gelijk dan beslist het lot.
 
COMMISSIES
Artikel 21 1.Ingesteld worden:
a. Commissie ter Behandeling van Overtredingen;
b. Commissie van Beroep;
c. Kascontrole-commissie;
d. Wedstrijdcommissie;
e. Commissie Waterbeheer;
2. Door het bestuur of de ledenraad kunnen tevens commissies worden ingesteld ter voorbereiding respectievelijk uitvoering van diverse werkzaamheden, waaronder contactcommissies.
3. Leden van het bestuur kunnen geen deel uitmaken van de commissie van beroep en de kascontrole-commissie.
4. In de commissies, genoemd in lid 1 van dit artikel kunnen alleen leden worden gekozen. In overige commissies kunnen ook vergunninghouders worden benoemd.
5. Taak, samenstelling en werkwijze van de commissies genoemd in dit artikel worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 1, van deze statuten, geregeld in het huishoudelijk reglement casu quo reglement inzake overtredingen of andere afzonderlijke reglementen.
6. De bepalingen in artikel 12 lid 8, 9,10,11, 12 van deze statuten zijn op overeenkomstige wijze ook op commissieleden van toepassing.
7. Bestuurs, - ledenraads- en commissieleden zijn ten aanzien van aan hen voor intern gebruik getoonde gegevens en gedane mededelingen tot geheimhouding verplicht zolang door het bestuur niet anders is besloten.
 
BUREAU
Artikel 22 Alle administratieve alsmede organisatorische en coördinerende werkzaamheden de vereniging betreffende geschieden op het verenigingskantoor, verder genoemd het bureau. Het bureau staat onder leiding van een door het bestuur aangestelde directeur. Taken en bevoegdheden van het bureau alsmede van de directeur worden per huishoudelijk reglement vastgesteld.
Het bestuur is bevoegd:
a. met leidinggevend en administratief personeel voor het bureau arbeidsovereenkomsten aan te gaan respektievelijk te doen beëindigen;
b. voor het bijhouden van de administratie of een deel ervan derden in te schakelen;
c. de vereniging door de directeur te doen vertegenwoordigen, volgens regelen en mandaat te stellen in het huishoudelijk reglement.
 
OVERTREDINGEN
Artikel 23 1.Overtredingen van statuten, reglementen en/of verenigingsbepalingen (uitgezonderd het genoemde onder artikel 10 lid 6 van deze statuten) alsmede de handelingen die (concreet of vermoedelijk) de belangen van de vereniging of van haar leden schaden, worden voorgelegd aan de commissie ter behandeling van overtredingen, als bedoeld in artikel 21 van deze statuten.
2.Een lid dat zich met de tegen hem door bovengenoemde commissie uitgesproken straf niet kan verenigen heeft, met inachtneming van het reglement inzake overtredingen, het recht tegen deze uitspraak in beroep te gaan bij de commissie van beroep, als bedoeld in artikel 21 van deze statuten.
3.De ledenraad en het bestuur hebben het recht de commissie ter behandeling van overtredingen alsmede de commissie van beroep te machtigen klachten te behandelen die zijn gemeld door anderen dan de in het reglement inzake overtredingen genoemde personen.
 
FINANCIËLE CONTROLE/GELDMIDDELEN
Artikel 24 1. De geldmiddelen van de vereniging worden verkregen uit contributies van leden, vergunninghouders en begunstigers, inschrijfkosten, renten en overige inkomsten uit eigen vermogen, subsidies, bijdragen en toevallige baten, verhuur (verkoop) van rechten of eigendommen.
2. De jaarlijkse bestemming, casu quo dekking, van de saldi wordt op voorstel van het bestuur vastgelegd door de ledenraad.
3. Leden, vergunninghouders en begunstigers betalen contributies en inschrijfkosten, volgens regelen vast te stellen op voorstel van het bestuur door de ledenraad.
4. Erfstellingen zullen niet anders dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
Schenkingen kunnen door het bestuur worden aanvaard voorzover daaraan geen voorwaarden zijn verbonden. Is dat laatste wel het geval dan kan een schenking uitsluitend worden aanvaard bij een besluit van de ledenraad.
 
Artikel 25 1. De controle over de financiële administratie en het beheer berust bij een door het bestuur aan te wijzen accountant en een door de algemene vergadering als bedoeld in artikel 14 van deze statuten te benoemen kascontrole-commissie.
2. De controle wordt door de accountant en de kascontrole-commissie ten minste eenmaal per verenigingsjaar uitgeoefend.
3.Het bestuur is verplicht de accountant en de kascontrole-commissie alle inlichtingen te verschaffen, hun desgewenst de kas en de waarden van de vereniging te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
4. Per eenendertig december van eik verenigingsjaar worden de boeken van de vereniging afgesloten. Daarna worden een balans en een rekening van baten en lasten opgemaakt. Het bestuur legt deze stukken, voorzien van het schriftelijk verslag van de accountant alsmede van de kascontrole-commissie aan de vergadering van de ledenraad, als bedoeld in artikel 15 lid 1 van deze statuten, ter goedkeuring voor.
 
WEDSTRIJDEN
Artikel 26 1. Het houden van wedstrijden in de door de vereniging beheerde viswateren is uitsluitend toegestaan na toestemming van het bestuur al dan niet gebonden aan voorwaarden.
2. Wedstrijden die worden georganiseerd door de wedstrijd-commissie, als bedoeld in artikel 21 lid 1d van deze statuten, vinden plaats volgens regelen te stellen in een afzonderlijk reglement.
 
AANSPRAKELIJKHEID
Artikel 27 De vereniging aanvaardt, behoudens aansprakelijkheid ingevolge de wet, geen aansprakelijkheid voor ongevallen of letsel van welke aard ook aan één of meer leden overkomen of voor schade aan eigendommen van leden, door diefstal, verlies, beschadigingen of op andere wijze.
 
GESCHILLEN
Artikel 28 1. In alle gevallen waarin deze statuten, het huishoudelijk reglement casu quo overige reglementen niet voorzien, beslist het bestuur, behoudens zijn verantwoordelijkheid tegenover de ledenraad.
2. Alle geschillen de belangen van de vereniging rakende of betreffende worden -voorzover in deze statuten en reglementen niet anders is bepaald- door het bestuur beslecht, met recht van beroep op de ledenraad.
3. Een beroep op de ledenraad als bedoeld in het vorige lid, wordt op de eerstvolgende vergadering van de ledenraad behandeld. De ledenraad doet alsdan een bindende uitspraak.
 
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Artikel 29 1. De ledenraad van de vereniging stelt een huishoudelijk reglement casu quo overige reglementen vast, regelende nadere uitwerking van de bepalingen in deze statuten, alsmede het interne beheer, de organisatie en de werkzaamheden van de vereniging. De bepalingen van het huishoudelijk reglement casu quo overige reglementen mogen niet in strijd zijn met deze statuten, noch met de bepalingen van de wet.
2. Besluiten tot wijziging van het huishoudelijk reglement casu quo overige reglementen, kunnen door de ledenraad met meerderheid van stemmen worden genomen, indien dit schriftelijk wordt gevraagd door het bestuur of door ten minste drie leden van de ledenraad.
3. Een zodanig schriftelijk verzoek van ten minste drie leden van de ledenraad dient ten minste vier weken voor de vergadering van de ledenraad in het bezit van het bestuur te zijn.
 
STATUTENWIJZIGING
Artikel 30 1. Deze statuten kunnen worden gewijzigd op voorstel van het bestuur of van ten minste vijfentwintig procent van het aantal zitting hebbende leden van de ledenraad, als mede op voorstel van minimaal vijfentwintig leden.
2. Het voorstel tot wijziging moet worden aanvaard door minstens de helft plus één (1) van het aantal zitting hebbende leden van de ledenraad.
3. Besluiten tot wijziging van de statuten kunnen alleen worden genomen door de algemene vergadering, als bedoeld in artikel 14 lid 1 van deze statuten, die daartoe schriftelijk is opgeroepen met de mededeling dat daarin wijziging van de statuten zal worden voorgesteld, met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.
4. De termijn voor het bijeenroepen van een algemene vergadering als bedoeld in het voorgaande lid bedraagt ten minste vier weken.
5. De schriftelijke oproeping vindt plaats in het verenigingsorgaan. Voorstellen tot wijziging van de statuten worden `in hun volledige bewoording opgenomen, voorzien van een toelichting door het bestuur.
6. De ledenraad kan uitsluitend tot die wijzigingen adviseren, waartoe voorstellen zijn geplaatst op de oproepingsbrief voor de vergadering van de ledenraad, of die het gevolg zijn van amendementen op die voorstellen. Deze amendementen moeten zich beperken tot die artikelen van de statuten tot welker wijziging een voorstel op de oproepingsbrief is vermeld.
7. De algemene vergadering kan aan een wijziging van de statuten een ingangsdatum verbinden.
Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
8. Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam.
 
ONTBINDING
Artikel 31 1. Behoudens het bepaalde in artikel 50 van Boek 2 van het Burgelijk Wetboek, kan de vereniging slechts worden ontbonden door een besluit daartoe van de algemene vergadering die daartoe uitdrukkelijk bijeengeroepen is en met een meerderheid van ten minste tweederde deel van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.
2. Een voorstel tot ontbinding van de vereniging aan de algemene vergadering kan slechts worden gedaan door de ledenraad nadat en indien ten minste drievierde deel van de zitting hebbende leden van de ledenraad voor ontbinding heeft gestemd.
3. Een voorstel door de ledenraad tot ontbinding van de vereniging moet binnen zestig dagen in een algemene ledenvergadering zijn behandeld.
4. Het bepaalde in artikel 30 leden 4 en 5 van deze statuten is op overeenkomstige wijze van toepassing in het geval van een voorstel tot ontbinding van de vereniging.
Artikel 32 1. Bij ontbinding van de vereniging wordt, onder voorbehoud en met inachtneming van de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek, door de algemene vergadering beschikt over de rechten en eigendommen van de vereniging zodanig dat de bestemming zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de vereniging, echter onder voorwaarde dat die rechten en eigendommen nimmer in particulier bezit der overblijvende leden kunnen komen.
2. De algemene vergadering zal een batig saldo na vereffening in de eerste plaats bestemmen voor het voldoen aan de morele verplichtingen van de vereniging tegenover degenen die in gesalarieerde dienst van de vereniging zijn.
3. Tenzij de algemene vergadering anders besluit geschiedt de vereffening door het bestuur.
4. Na het besluit tot ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In de stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan moet aan haar naam worden toegevoegd `in liquidatie`.
 
GOEDGEKEURD BIJ NOTARIËLE AKTE VAN 15 APRIL 1999
 
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
 
 
BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1  In dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder
de vereniging: de Amsterdamse Hengelsport Vereniging, gevestigd te Amsterdam.
de statuten: de statuten van de vereniging, verleden bij notariële akte, de dato 15 april 1999 voor notaris E.]. Spier te Amsterdam. de ledenraad: het orgaan van de vereniging als bedoeld in artikel 1 1 van de statuten.
het bestuur: het bestuur van de vereniging.
Artikel 2 De vereniging is ontstaan uit een juridische fusie tussen de hengelsportvereniging `Amsterdam` te Amsterdam, opgericht op 20 mei 1906 en de hengelaarsvereniging `Allen Een` te Amsterdam, opgericht op 20 mei 1936.  Als historische oprichtingsdatum van de vereniging wordt 20 mei 1906 aangehouden.
 
TOETREDING LIDMAATSCHAP/VERGUNNINGHOUDERSCHAP
Artikel 3  1 Een verzoek om toetreding tot de vereniging dient te geschieden door het indienen van een volledig ingevuld en persoonlijk ondertekend formulier dat door het bestuur wordt verstrekt.
Een verzoek om toetreding van een junior-lid c.q. adspirant-vergunninghouder dient mede te worden ondertekend door één der ouders of voogd(en).
2. Toetreding tot de vereniging kan te allen tijde geschieden.  De toetreding geschiedt altijd voor een geheel kalenderjaar, met stilzwijgende verlenging van jaar tot jaar, behoudens beëindiging op grond van het bepaalde in artikel 1 0 van de statuten.
3.  Bij toetreding ontvangt het lid c.q. de vergunninghouder:
a. een bewijs van lidmaatschap c.q. vergunninghouderschap;
b. de vergunning(en) tot het vissen in de daarin vermelde wateren;
c. een exemplaar van de statuten en reglementen.
Hij wordt geacht zich met alle daarin voorkomende artikelen te verenigen.
4. Het lidmaatschap c.q. vergunninghouderschap vangt aan op de dag van dagtekening van het formulier als bedoeld in lid 1 van dit artikel, tenzij het bestuur anders beslist.
 
OPZEGGING LIDMAATSCHAP/VERGUNNINGHOUDERSCHAP
Artikel 4 Opzegging van het lidmaatschap c.q. vergunninghouderschap zoals bepaald in artikel 10 lid 4 van de statuten, is uitsluitend mogelijk d.m.v. een schriftelijke, gedagtekende en persoonlijk ondertekende verklaring. Deze verklaring dient bij opzegging van het lidmaatschap door junior-leden c.q. vergunninghouderschap door adspirant-vergunninghouders mede ondertekend te zijn door één der ouders of voogd(en).
 
CONTRIBUTIE/INSCHRIJFGELD
Artikel 5  1 De jaarlijkse contributie en de door nieuwe leden c.q. adspirant-vergunninghouders verschuldigde inschrijfkosten worden door de ledenraad vastgesteld.  Ereleden zijn vrijgesteld van contributiebetaling.
2. Bij de aanvang van het lidmaatschap c.q. vergunninghouderschap in de loop van een verenigingsjaar zijn de volledige contributie en het volle inschrijfgeld verschuldigd, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel.
3. Bij de aanvang van het lidmaatschap c.q. vergunninghouderschap na 1 oktober van het verenigingsjaar, is de contributie over dat jaar alsmede het inschrijfgeld slechts voor de helft verschuldigd indien gelijktijdig de volle contributie voor het daarop volgende verenigingsjaar wordt voldaan.
4. Leden van andere verenigingen die in verband met een verhuizing naar Amsterdam of omgeving waarvoor een vergunning van de vereniging voor het vissen is vereist, om toetreding tot de vereniging verzoeken, zijn geen inschrijfgeld verschuldigd als zij aantonen voor hetzelfde verenigingsjaar contributie te hebben voldaan aan een hengelsportvereniging in of nabij hun oude woonplaats.
Artikel 6  1 De jaarlijkse contributie moet door het lid of adspirant-vergunninghouder bij vooruitbetaling uiterlijk 31 december voorafgaande aan dat verenigingsjaar zijn voldaan.
2. De betaling van de jaarlijkse contributie kan plaatshebben:
a.        contant aan het verenigingskantoor op door het bestuur vastgestelde dagen en uren;
b.   door het afgeven aan de vereniging van een incasso-machtiging;
c.   door storting of overschrijving op een giro- of bankrekening van de vereniging.
3. De jaarlijkse contributie wordt op 1 januari van het verenigingsjaar waarvoor zij is verschuldigd ongeacht de wijze waarop de betaling zal plaats hebben met een door het bestuur vast te stellen bedrag voor administratie- en incassokosten verhoogd.
4. Terugbetaling van betaalde contributie vindt, nadat het verenigingsjaar is ingegaan, nimmer plaats.
5. Indien de jaarlijkse contributie op 31 december voorafgaand aan het nieuwe verenigingsjaar niet is voldaan, zal ten hoogste twee maanden respijt worden verleend alvorens opzegging van het lidmaatschap c.q. vergunninghouderschap namens de vereniging volgens artikel 10 lid 6 van de statuten wordt toegepast.
 
KANDIDAATSTELLINGEN
Artikel 7  1 Elk lid heeft het recht kandidaten te stellen voor de ledenraad, het bestuur of commissies, met inachtneming van het bepaalde in artikelen 1 1, 12, 14 en 21 van de statuten. De kandidaatstellingen dienen schriftelijk te geschieden en uiterlijk 7 dagen voor de desbetreffende verkiezing plaats vindt, in het bezit van het bestuur te zijn.
2. Kandidaatstelling dient in alle gevallen gepaard te gaan met een schriftelijke verklaring van de kandidaat dat hij bereid is zitting te nemen in het desbetreffende verenigingsorgaan.
3. Met uitzondering van 1 gekozen lid en 1 plaatsvervangend lid van de commissie van beroep als bedoeld in artikel 14, lid 1 en artikel 21, lid 1, dienen leden van de ledenraad -met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 lid 3 van de statuten- alsmede tot controle bevoegd verklaarde leden, bij voorkeur niet tot lid van de commissie van beroep te worden gekozen.
4. Het lidmaatschap van de commissie ter behandeling van overtredingen en dat van de commissie van beroep zijn onverenigbaar.
5. Oproepen voor het stellen van kandidaten zal schriftelijk geschieden aan de leden van de desbetreffende verenigingsorganen alsmede in het maandblad van de vereniging.
6. Bij het ontstaan van vacatures treden eventueel gekozen plaatsvervangers in alle rechten en plichten van het lid dat zij vervangen. In de eerstvolgende vergadering van het verenigingsorgaan dat daartoe is bevoegd, kan in de vacature worden voorzien, mits de daarvoor in de statuten gestelde termijnen in acht worden genomen.
 
VERGADERINGEN
Artikel 8  1 De datum van de algemene vergadering wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, lid 4. gepubliceerd in het maandblad van de vereniging.
2. Elk lid c.q. vergunninghouder heeft het recht agendapunten ter behandeling in deze vergadering schriftelijk bij het bestuur in te dienen.  Deze agendapunten dienen uiterlijk 14 dagen voor de vergadering in het bezit van het bestuur te zijn.
3. In de algemene ledenvergadering kunnen uitsluitend besluiten worden genomen ten aanzien van de geagendeerde punten.  In spoedeisende gevallen kan de vergadering indien hiertoe door de meerderheid van de aanwezige leden c.q. adspirant-vergunninghouders wordt besloten, agendapunten toevoegen.  De voorzitter bepaalt op welk moment hij dergelijke toegevoegde agendapunten zal behandelen.
4. Toegang tot de algemene vergadering hebben leden en adspirant-vergunninghouders op vertoon van een geldig bewijs van lidmaatschap, begunstigers van de vereniging, alsmede speciaal daartoe door het bestuur uitgenodigde personen.
5. De vergaderingen van de ledenraad worden voorbereid door het bestuur.  De aankondiging van de datum en de agenda zal, met inachtneming van het bepaalde in artikel 15 lid 1 en lid 4, behalve aan de individuele leden van de ledenraad, aan alle leden c.q. adspirant-vergunninghouders worden medegedeeld d.m.v. een publicatie in het maandblad van de vereniging.
6. Het bepaalde in lid 3 van dit artikel is op overeenkomstige wijze van toepassing op vergaderingen van de ledenraad, het bestuur en de commissies.
7. Van iedere algemene vergadering en vergadering van de ledenraad zal een samenvattend verslag worden opgenomen in het maandblad van de vereniging.
 
Artikel 9  1 De vergaderingen van alle verenigingsorganen worden geleid door een voorzitter.  Deze is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken tijdens de vergadering en voor het democratisch verloop ervan.
2. In de vergadering kan behalve door de voorzitter het woord gevoerd worden door de leden, de adspirant-vergunninghouders alsmede met toestemming van de voorzitter door anderen.  De voorzitter is niet verplicht iemand meer dan driemaal het woord te verlenen over hetzelfde onderwerp.
3. De voorzitter heeft het recht een spreker het woord te ontnemen indien deze buiten de orde van de vergadering gaat. Hij is gerechtigd degene die de orde verstoort, het verder bijwonen van de vergadering te ontzeggen. Hij kan de vergadering zonodig verdagen.
4. Indien de voorzitter meent dat aan een bepaald vraagstuk voldoende aandacht is besteed, kan hij de discussie sluiten en overgaan tot stemming c.q. bespreking van het volgende punt van de agenda.
5. Ordevoorstellen mogen te allen tijde worden ingebracht.  De voorzitter bepaalt, nadat de vergadering tot behandeling van het voorstel heeft besloten, op welk moment dit zal worden behandeld.
 
BESTUUR
Artikel 10  1 Op de eerste bestuursvergadering na zijn verkiezing door de ledenraad kiest het bestuur uit zijn midden een plv. voorzitter, een plv. secretaris en plv. penningmeester Het bestuur doet de ledenraad mededeling inzake de verdeling van de functies.
2. De taak van het bestuur is in het bijzonder:
-de controle op de naleving van de statuten, reglementen en verenigingsbepalingen;
-het stimuleren en activeren van de door het bestuur c.q. de ledenraad gevormde commissies, alsmede het coördineren van de activiteiten ervan;
-het zoveel mogelijk uitbreiden en verbeteren van viswaterareaal van de vereniging en het voeren van een doeltreffend beleid en beheer van financiële middelen; het vertegenwoordigen van de vereniging in actie, overleg en overkoepelende lichamen, voor zover zich bewegende op het terrein van de vereniging; -het vaststellen van de zittingen van de ledenraad, algemene/bijzondere ledenvergaderingen en het bepalen van de agenda; -controle op de werkzaamheden van het bureau.
3. De werkzaamheden van de bestuursleden zijn als volgt verdeeld:
De Voorzitter.
De voorzitter van het bestuur is tevens de voorzitter van de ledenraad en de algemene ledenvergadering.
Hij is belast met de leiding van de vergaderingen van het bestuur en van de ledenraad, alsmede van de algemene ledenvergadering.
Hij zorgt in het bijzonder voor de uitvoering van de door de ledenraad en het bestuur genomen besluiten door de daarvoor aangewezen personen.  Hij tekent, na goedkeuring, de notulen van de vergadering, ledenraad en bestuur samen met de secretaris.
De plaatsvervangend voorzitter.
De plaatsvervangend voorzitter assisteert zonodig de voorzitter bij diens werkzaamheden en treedt bij diens ontstentenis als zijn vervanger op.
De secretaris.
De secretaris is verantwoordelijk voor het contact tussen bestuur en commissies, voor het goed functioneren van de commissies, voor de zorgvuldige voorbereiding van de vergaderingen van bestuur en ledenraad, alsmede van de algemene of bijzondere ledenvergadering, voor zover deze met instemming van het bestuur worden gehouden.
Hij is verantwoordelijk voor de notulering van de vergaderingen van het bestuur, de ledenraad en de algemene vergadering en tekent -na goedkeuring- deze samen met de voorzitter.  Hij controleert de activiteiten van het bureau.  Hij tekent alle correspondentie inzake beleidszaken.  Hij is belast met de bewaking en controle op de uitvoering van genomen besluiten en stelt het jaarverslag samen.
De plaatsvervangend secretaris.
De plaatsvervangend secretaris assisteert zonodig de secretaris bij diens werkzaamheden en treedt bij diens ontstentenis als zijn vervanger op.
De penningmeester.
De penningmeester is verantwoordelijk voor het goede beheer van de verenigingsfinanciën.  Hij controleert het bureau op de juiste administratie van de ontvangen en uitgegeven gelden.  Hij tekent op het lidmaatschapsbewijs voor ontvangst van de contributie- en inschrijfgelden.  Hij verzorgt na afloop van het verenigingsjaar de balans, rekening van lasten en baten, alsmede de begroting.  Hij bewaakt de begroting en stelt het bestuur bij elke dreigende overschrijding hiervan direct op de hoogte.  Hij draagt er zorg voor dat de kasmiddelen een bij afzonderlijk bestuursbesluit vast te stellen limiet niet overschrijden.
De plaatsvervangend penningmeester.
De plaatsvervangend penningmeester assisteert zonodig de penningmeester bij diens werkzaamheden en treedt bij diens ontstentenis als zijn plaatsvervanger op.
De commissaris.
De commissaris wordt belast met de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van een bepaalde verenigingstaak.  Eventueel zal hij optreden als voorzitter van een door het bestuur c.q. de ledenraad gevormde commissie.
4. Alle bank- en girocheques, respectievelijk overschrijvingen die ter betaling uitgaan, worden door ten minste twee leden van het dagelijks bestuur getekend.
5. De leden van het bestuur ontvangen een bij afzonderlijk bestuursbesluit vast te stellen bedrag per jaar als vergoeding voor de aan de vervulling van de functie onvermijdelijk verbonden kosten.
 
HET BUREAU
Artikel 11  1  Aan het bureau zijn ingevolge artikel 22 van de statuten administratieve, organisatorische en coördinerende werkzaamheden opgedragen.  Deze werkzaamheden houden verband met doel en middelen van de vereniging, de verenigingsadministratie in brede zin en betreffen voorts de voorbereiding en ondersteuning van de taken van bestuur en commissies.
2. De dagelijkse leiding van het bureau is overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 van de statuten opgedragen aan een directeur.  Bij ontstentenis van een directeur is de administrateur van het bureau belast met de dagelijkse leiding.
3. De directeur respectievelijk administrateur is verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de aan het bureau opgedragen taken en voor de goede gang van zaken op dit bureau.
4. Het bestuur stelt bij afzonderlijk besluit vast welke taken of vertegenwoordigingen namens het bestuur door een directeur of administrateur kunnen worden verricht.  Daarbij zullen de bevoegdheden worden aangegeven waarbinnen deze taken c.q. vertegenwoordigingen zelfstandig -onder verantwoording aan het bestuur- kunnen worden uitgevoerd.
5. Eveneens bij afzonderlijk besluit van het bestuur, kunnen aan het administratief personeel van het bureau andere werkzaamheden worden opgedragen, met inachtneming van de desbetreffende arbeidsovereenkomst.
6. Directeur, administrateur noch administratief personeel van het bureau is bevoegd zonder nadrukkelijk mandaat van het bestuur, in naam van de vereniging verplichtingen aan te gaan.
7. De openingsuren van het bureau ten behoeve van het publiek worden vastgesteld door het bestuur.


 
COMMISSIES
Artikel 12 Algemeen
Artikel 12 1. Taak, samenstelling en werkwijze van de commissie ter behandeling van overtredingen en de commissie van beroep worden geregeld in het Reglement inzake Overtredingen.
2. De commissie te r behandeling van ovedredingen en de commissie van beroep zijn binnen het raam van de gegeven bevoegdheden gerechtigd besluiten te nemen bij een aanwezigheid van alle gekozen leden.  Voor alle overige commissies is daartoe de aanwezigheid van meer dan de helft van het aantal gekozen leden vereist.
3. De administratie van alle commissies kan door het bureau geschieden.  Externe correspondentie geschiedt uitsluitend door of via het bureau.  Rapporten en alle overige bescheiden zijn eigendom van de vereniging.  Alle schriftelijke stukken worden op het bureau gearchiveerd.
 
CONTACTCOMMISSIES
Artikel 13 1. Het bestuur kan contactcommissies instellen. Contactcommissies hebben een uitvoerende taak ten aanzien van de verenigingsbelangen. Aantal en werkgebied (rayon) van deze commissies alsmede de leden worden benoemd door het bestuur.
2.  Een contactcommissie bestaat uit ten minste drie personen en regelt in overleg met het bestuur binnen haar werkgebied: -het opsporen en signaleren van waterverontreiniging aan het bestuur;
- het organiseren van schoonmaakacties in de verenigingswateren;
- het signaleren aan het bestuur van knelpunten in de bevisbaarheid van de verenigingswateren en het geven van adviezen inzake verbetering daarvan ;
- het voeren van propaganda- en voorlichtingsactiviteiten;
- het organiseren van rayon-viswedstrijden;
- het uitvoeren van de controle op en aan de verenigingswateren;
- al hetgeen wat van overig belang is voor de vereniging.
3. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris en vergadert zo dikwijls als dat voor een goede taakuitoefening nodig is.
4. De contactcommissies voeren geen leden- en financiële administratie.  Voor het doen van uitgaven is vooraf toestemming vereist van het bestuur.
 
KASCONTROLECOMMISSIE
Artikel 14 1. De kascontrolecommissie bestaat uit drie leden en een plaatsvervangend lid van de vereniging, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 lid 4 van de statuten.
2. Zij worden gekozen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 lid 1 van de statuten, door de algemene vergadering voor een periode van twee jaren. Twee leden, door loting vast te stellen, zijn niet terstond herkiesbaar,
3. Het schriftelijk verslag van de kascontrolecommissie wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 lid 4 van de statuten aan de ledenraad voorgelegd. Na goedkeuring van de jaarstukken door de ledenraad wordt het verslag van de kascontrolecommmissie tevens gepubliceerd in het maandblad van de vereniging.
 
WEDSTRIJDCOMMISSIE
Artikel 15  1. De wedstrijdcommissie bestaat uit ten minste drie leden van de vereniging en heeft tot taak het (doen) organiseren van viswedstrijden.
2.  Zij worden benoemd door het bestuur. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en secretaris en vergadert zo dikwijls als voor een goede taakuitoefening is vereist.
Besluiten van de commissie worden genomen met meerderheid van stemmen.
3.  De commissie stelt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 lid 2 van de statuten een wedstrijdreglement op en legt dit ter goedkeuring voor aan het bestuur.
4.  Het organiseren van wedstrijden alsmede het vaststellen van de wedstrijdkalender geschiedt in overleg met het bestuur.
5.  De verslagen van de vergaderingen van de wedstrijdcommissie worden binnen een week na goedkeuring door de commissie ter kennisneming aan het bestuur gezonden.  De secretaris van de commissie maakt van de werkzaamheden een jaarverslag dat minimaal dient te bevatten:
- de samenstelling van de commissie;
- het aantal gehouden vergaderingen;
- een verantwoording van de uitgaven;
- een overzicht en de resultaten van de door de commissie georganiseerde wedstrijden.
Dit jaarverslag dient uiterlijk 1 maart volgend op het verslagjaar in het bezit van het bestuur te zijn.
6.  De wedstrijdcommissie kan zich bij de uitoefening van haar taak laten bijstaan door personen die geen lid van de commissie zijn.
De commissie kan na overleg met het bestuur voorlichtingsbijeenkomsten beleggen inzake wedstrijden en de wedstrijdkalender.
7.  De commissie legt jaarlijks voor 1 oktober een gespecificeerde concept-begroting van de uitgaven voor aan het bestuur.
Schenkingen kunnen slechts met goedvinden van het bestuur worden aanvaard.
 
COMMISSIE WATERBEHEER
Artikel 16  1. De commissie waterbeheer bestaat uit ten minste drie leden van de vereniging en heeft tot taak het bestuur gevraagd en ongevraagd te adviseren met betrekking tot het  visserijkundig beheer van de verenigingswateren, zoals de waterkwaliteit, bevisbaarheid, de visstand en de water- en oeverplanten.
2.  Het bestuur zal de commissie waterbeheer inzake aangelegenheden het visserijkundig beheer betreffend, vooraf advies vragen.
3.  De leden van de commissie waterbeheer worden op voordracht van het bestuur gekozen door de ledenraad.  De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris en vergadert zo dikwijls als voor een goede taakuitoefening is vereist.
Besluiten van de commissie worden genomen met meerderheid van stemmen.
4.  Indien de voorzitter van de commissie waterbeheer geen deel uitmaakt van het bestuur, kan hij zonodig de bestuursvergadering bijwonen waar het waterbeheer aan de orde is. Hij kan desgevraagd het woord voeren en een adviserende stem uitbrengen ten aanzien van de agendapunten die het waterbeheer betreffen.
5.  De verslagen van de vergaderingen van de commissie waterbeheer worden binnen een week na goedkeuring door de commissie ter kennisneming aan het bestuur gezonden.  De secretaris van de commissie maakt van de werkzaamheden een jaarverslag dat minimaal dient te bevatten:
- de samenstelling van de commissie; het aantal gehouden vergaderingen; de verantwoording van de uitgaven, een overzicht en de inhoud van aan het bestuur gegeven adviezen.
Dit jaarverslag dient uiterlijk 1 maart volgend op het jaarverslag in het bezit van het bestuur te zijn.
6.  De commissie waterbeheer zal trachten zoveel mogelijk gegevens te verzamelen inzake de waterkwaliteit, visstand, bevisbaarheid, enz van de verenigingswateren.  De commissie kan zich bij de uitoefening van haar taak laten bijstaan door deskundigen die geen lid van de commissie zijn.
7.  De commissie legt jaarlijks voor 1 oktober een gespecificeerde concept-begroting van de uitgaven voor aan het bestuur.
Schenkingen kunnen slechts met goedvinden van het bestuur worden aanvaard.
 
Dit Huishoudelijk Reglement  is vastgesteld, overeenkomstig artikel 29 lid 1 van de statuten, door de leden raad op 18 oktober 1988.